NIEUWS

Nieuwe aanpak luchtvervuiling van levensbelang

29 november 2017
Nieuwe aanpak luchtvervuiling van levensbelang


Fijnstof: je ziet het niet, je ruikt het niet, je proeft het niet, maar fijnstof is altijd in meer of mindere mate aanwezig in de lucht die wij inademen. Uit wetenschappelijk onderzoek komt steeds meer naar voren wat fijnstof met je doet. Fijnstof tast op een serieuze manier de kwaliteit van leven aan. Als je woont of werkt in een gebied waar een hogere stofconcentratie aanwezig is leef je gemiddeld circa anderhalf jaar korter, zoals in vele rapporten wordt geconcludeerd. In deze rapporten wordt  gekeken naar levensduur, niet naar kwaliteit van leven. Dit issue stelt Bruines, Smart City manager bij Ziut, ter discussie. Het gaat juist om de kwaliteit van leven, de wijze waarop je oud mag worden.

Waarom voldoet de huidige visie op de gevolgen van fijnstof niet?

“Fijnstof is een sluipmoordenaar. Het is te beperkt om te denken dat je alleen maar korter leeft. Veel mensen hebben tijdens hun leven al last van de gevolgen van fijnstof. Je leeft er korter door, én je ondervindt negatieve gezondheidseffecten. Je kunt tijdens dat kortere leven een aantal jaren ziek zijn geweest. Of dusdanige gezondheidsklachten hebben ervaren waardoor je een deel van je  levensgeluk hebt gemist. Luchtvervuiling veroorzaakt longkanker, hart- en vaatziekten, dementie en vroeggeboorten. Bij kinderen schaadt het de ontwikkeling van hun longen en hersenen, waar ze altijd last van blijven houden, blijkt uit onderzoek. Als je kijkt naar wat het Longfonds aangeeft dan leven ruim 1 miljoen mensen in Nederland met een longziekte en is het doodsoorzaak nummer 3 in 2020. Maar denk ook aan hart- en vaatziekten. Fijnstof verhoogt de kans op een hartinfarct, slagaderverkalking en een hoge bloeddruk, geeft de hartstichting aan. Hoe meer fijnstof er in de lucht is, hoe erger de klachten. Het wordt dus hoog tijd dat ieder zijn verantwoordelijkheid neemt en de drogredenen om niets te doen overboord gooit.”

Over welke drogredenen gaat het dan?

“Nou, bijvoorbeeld de verwijzingen naar het buitenland. Het grootste gedeelte komt uit het buitenland en daar hebben we toch geen grip op. Dat de bedrijven die het veroorzaken het maar moeten oplossen. Dat elektrisch rijden dé oplossing zou zijn voor het fijnstofprobleem. Dat mensen meer moeten gaan fietsen. Daarnaast merk ik vaak dat men zich verschuilt achter de norm. Zo lang als we onder de norm blijven, hebben we zogenaamd geen probleem.”

Wat is er mis met de norm?

“De huidige normen die de overheid hanteert zijn inmiddels achterhaald. Voldoen aan de normering is een schijnveiligheid. Vanuit wereldwijd onderzoek is gebleken dat de normen zeker gehalveerd moeten worden om een gezondere leefomgeving te creëren. Bovendien is de norm een gemiddelde over een 24-uursperiode. In de nacht is er veel minder verkeer en daardoor minder fijnstof. Deze ‘daluren’ helpen om onder de norm te blijven. Nu de economie steeds meer aantrekt en de mobiliteit volgens het CBS ook zal toenemen, ben ik zeer benieuwd hoe men dit probleemstuk gaat aanpakken.”

In welk opzicht heeft mobiliteit invloed op de fijnstofconcentratie ?

“Verkeer is de grootste vervuiler in de steden. Door optrekken, afremmen, in de file staan, slijtage van banden en uitstoot van roet worden hoge fijnstofwaardes gemeten. Smog is niks anders dan hele hoge fijnstofconcentraties die blijven hangen in de straten. Tot op heden gaat in Nederland pas het smogalarm af bij 200 microgram per kubieke meter. In België ligt deze drempel op 70 microgram per kubieke meter. Dat zegt iets over de ruimte die de Nederlandse overheid al jaren neemt om de doorstroming van het verkeer niet te willen hinderen, waarbij ze de gezondheidsrisico’s voor de burgers voor lief neemt. Met een nieuw smogalarm wordt veel inzichtelijker waar en wanneer de problemen zich voordoen. Als we de Belgische norm zouden hanteren, zou niet alleen de Randstad in de rode cijfers lopen, maar ook steden als Zwolle, Kampen, Leeuwarden, Groningen en Arnhem. Ook daar zullen ze aanvullende maatregelen moeten nemen, die verder gaan dan verkeersomleidingen en milieuzones.”

Wat zou dan de juiste aanpak zijn?

“Laten we eerlijk zijn. Op het moment dat je verkeer weert uit de stad, komt de fijnstof ergens anders in de lucht. Je verplaatst het probleem. Dat betekent niet dat de huidige maatregelen van de overheid om mensen te stimuleren, te gaan fietsen en meer gebruik te maken van het openbaar vervoer, niet nodig zijn. Ook bronmaatregelen zijn op lange termijn goed voor het milieu. Maar we hebben nu iets nodig waarmee we de luchtkwaliteit kunnen verbeteren. De lucht die we nu inademen, heeft direct invloed op onze kwaliteit van leven. Stoppen met ademhalen is geen optie, dus is het belangrijk om met een nieuwe aanpak voor schone lucht te komen. Ik ben er van overtuigd dat de fijnstofvangers zoals die nu ook geplaatst zijn in Arnhem, lokaal kunnen bijdragen aan een betere leefomgeving. Deze fijnstofvangers bewijzen op meerdere plaatsen hun toegevoegde waarde. In de buitenruimte, geplaatst op lichtmasten bij verkeer, in drukke winkelstraten, op een schoolplein of bij een druk station. Begin in de openbare ruimte op plekken waar veel mensen zijn en veel verkeer. Dan kun je denken aan bus- en treinstations, winkelstraten en schoolpleinen. Exact ditzelfde systeem is effectief gebleken in pluimveehouderijen. Daar worden momenteel percentages fijnstofafvangst van 50 tot 85 % behaald.”

Wat maakt dit systeem anders dan de bestaande systemen?

“De fijnstofvanger geeft direct resultaat. Je hoeft er niet in te zitten en je hoeft niet op een knop te drukken om er profijt van te hebben. Het haalt fijnstof uit de lucht, van ultra fijnstof tot fijnstof. De fijnstofvanger Pamares creëert een ‘bel’ van schone lucht rondom het systeem met een diameter van zeker 12 meter in deze buitenluchtsituatie, ongeacht de soort en mate van vervuiling. Het verbruikt slechts 18 Watt en is dus duurzaam. Andere systemen werken met een ventilator en verbruiken meer energie en zijn niet eenvoudig plaatsbaar in het straatbeeld zoals de fijnstofvanger op lichtmasten. Het is ook nog eens een zeer betaalbaar systeem en makkelijk opschaalbaar. Je hoeft niet in een keer je hele stad te voorzien, maar je kunt beginnen op de locaties met de hoogste prioriteit om verbeterslagen ten aanzien van luchtkwaliteit te maken.”

Meer informatie over openbare ruimte?
Neem nu contact op